Our Blog
11 jun En “de Vlaming” ritste voort
Boze blikken, zwaaiende vuisten en nipt vermeden aanrijdingen… dat krijg je als je ritst zoals het moet. Logischerwijs rij je met je auto tot het punt waar een obstakel is en voeg je daar in. En wanneer je om en om een auto laat inschuiven is dat heerlijk eerlijk verdeeld en staat iedereen netjes even lang te schuiven… behalve in Vlaanderen natuurlijk!
De wikipedia-pagina over ritsen maakt het duidelijk:
De overheid houdt campagnes om ritsgedrag te bevorderen omdat bij het ritsen snel irritaties, agressie en gevoelens van onveiligheid ontstaan. Vaak omdat bestuurders die te vroeg invoegen het niet leuk vinden om andere auto’s te zien doorrijden tot het einde van afvallende rijstrook. Toch is dat doorrijden onderdeel van het gewenste ritsgedrag. Om het ritsgedrag te stimuleren zijn op veel knelpuntlocaties verkeersborden geplaatst met de teksten ‘Ritsen na 300 m’ en ‘Ritsen vanaf hier’.
Hoe de Vlaming ritst is een heerlijke metafoor voor de Vlaamse samenleving. Want iedereen ziet de lege rijstrook waarop je kan doorrijden tot het ritspunt … maar we voegen toch eerder in. “Wat zullen mensen van me denken als ik als enige tot het einde doorrijd?” denken we. En eens we te vroeg in de rij staan en sommigen vlotjes links voorbij bollen bijten we in ons stuur. “Wat denken ze wel! Ik laat ze niet tussen!”. En dan vloeken en gebaren maken in de veilige cocon van de auto (kans dat de andere partij dit hoort is toch gering.)
Wij Vlamingen meten onszelf graag een aantal goede kwaliteiten aan. We zijn doordacht, nuchter, beredeneerd. Maar wordt het niet tijd dat we toegeven dat we eigenlijk wat angstig, besluiteloos, behoudsgezind en vooral bang om op te vallen zijn? En als Vlaanderen in Actie moet komen, is het misschien goed om de mensen die hun nek wél uitsteken niet neer te sabelen. Hoe vaak hoor ik niet dat Gert Verhulst en Hans Bourlon dieven zijn die veel te dure K3-shows op poten zetten, prijzige pretparken uitbouwen en een kinderserie-monopolie beogen? Blijkbaar mag je ondernemend zijn in Vlaanderen, maar houden we meer van de underdog die moet trappelen om te overleven dan de succesvolle zelfstandige.
Ik mocht al een paar mensen tegen komen met het motto: “Ik zeg op zo veel mogelijk dingen ja… en ik zal daarna wel zien hoe en of ik het red”. Niet toevallig zijn dat ook degenen die de interessantste dingen beleven en het meeste succes hebben. Misschien is DURF te ritsen een prima Vlaamse alternatief voor Amerikaanse slogans als Just do it! of Yes Man!
Boze blikken, zwaaiende vuisten en nipt vermeden aanrijdingen… dat krijg je als je ritst zoals het moet. Logischerwijs rij je met je auto tot het punt waar een obstakel is en voeg je daar in. En wanneer je om en om een auto laat inschuiven is dat heerlijk eerlijk verdeeld en staat iedereen netjes even lang te schuiven… behalve in Vlaanderen natuurlijk!
De wikipedia-pagina over ritsen maakt het duidelijk:
De overheid houdt campagnes om ritsgedrag te bevorderen omdat bij het ritsen snel irritaties, agressie en gevoelens van onveiligheid ontstaan. Vaak omdat bestuurders die te vroeg invoegen het niet leuk vinden om andere auto’s te zien doorrijden tot het einde van afvallende rijstrook. Toch is dat doorrijden onderdeel van het gewenste ritsgedrag. Om het ritsgedrag te stimuleren zijn op veel knelpuntlocaties verkeersborden geplaatst met de teksten ‘Ritsen na 300 m’ en ‘Ritsen vanaf hier’.
Hoe de Vlaming ritst is een heerlijke metafoor voor de Vlaamse samenleving. Want iedereen ziet de lege rijstrook waarop je kan doorrijden tot het ritspunt … maar we voegen toch eerder in. “Wat zullen mensen van me denken als ik als enige tot het einde doorrijd?” denken we. En eens we te vroeg in de rij staan en sommigen vlotjes links voorbij bollen bijten we in ons stuur. “Wat denken ze wel! Ik laat ze niet tussen!”. En dan vloeken en gebaren maken in de veilige cocon van de auto (kans dat de andere partij dit hoort is toch gering.)
Wij Vlamingen meten onszelf graag een aantal goede kwaliteiten aan. We zijn doordacht, nuchter, beredeneerd. Maar wordt het niet tijd dat we toegeven dat we eigenlijk wat angstig, besluiteloos, behoudsgezind en vooral bang om op te vallen zijn? En als Vlaanderen in Actie moet komen, is het misschien goed om de mensen die hun nek wél uitsteken niet neer te sabelen. Hoe vaak hoor ik niet dat Gert Verhulst en Hans Bourlon dieven zijn die veel te dure K3-shows op poten zetten, prijzige pretparken uitbouwen en een kinderserie-monopolie beogen? Blijkbaar mag je ondernemend zijn in Vlaanderen, maar houden we meer van de underdog die moet trappelen om te overleven dan de succesvolle zelfstandige.
Ik mocht al een paar mensen tegen komen met het motto: “Ik zeg op zo veel mogelijk dingen ja… en ik zal daarna wel zien hoe en of ik het red”. Niet toevallig zijn dat ook degenen die de interessantste dingen beleven en het meeste succes hebben. Misschien is DURF te ritsen een prima Vlaamse alternatief voor Amerikaanse slogans als Just do it! of Yes Man!





Nederlands
Engels